zondag 21 februari 2016

Grip op flexibilisering onderwijs


Een van de trends in het Hoger Onderwijs is verdere flexibilisering en personalisering. De subsidieregeling Flexibel Hoger Onderwijsvoor volwassenen is hier o.a. een aanjager voor. In dit kader starten komend studiejaar bij een flink aantal HBO-instellingen pilots. Het onderwijs in deze pilots moet meer tegemoet komen aan de individuele leervraag van volwassen studenten in het deeltijdonderwijs. Het is tevens een proeftuin om te onderzoeken wat hiervan de mogelijkheden zijn voor het reguliere onderwijs in de toekomst.

Individualisering samenleving 

Niet alleen in het Hoger Onderwijs is deze trend zichtbaar. De afgelopen week stelde staatssecretaris van Onderwijs Sander Dekker dat leerlingen in het middelbaar onderwijs het recht moeten krijgen vakken op een hoger niveau te volgen. In de Volkskrant te lezen onder de kop “School moet maatwerk bieden”.  De individualisering van de samenleving zie ik zo terug in de personalisering van onderwijsleertrajecten. Het oordeel of dit goed is voor leerlingen en onderwijskundig verstandig, laat ik graag aan anderen over. Denk echter ook goed na over de onderwijslogistieke effecten. In een vorig blog Maak het concreet of droom verder heb ik hier al over geschreven.


Stip op de horizon

Vertegenwoordigers van onderwijsinstellingen hebben bij SURF aangegeven dat zij behoefte hebben aan een stip op de horizon t.a.v. onderwijslogistiek en dan met name betreffende de toenemende flexibilisering. Hoe geven we deze flexibilisering en personalisering niet alleen onderwijskundig maar ook onderwijslogistiek handen en voeten? De SIG (Special Interest Group) Onderwijslogistiek en het programma Efficiënte Bedrijfsprocessen besteden al geruime tijd aandacht aan dit onderwerp en hebben deze uitdaging opgepakt.

Op moment van schrijven hebben Sir Bakx (programmamanager Efficiënte Bedrijfsprocessen bij SURF) en ik (projectleider onderwijslogistiek bij SURF) ruim 50 onderwijslogistieke stakeholders over dit onderwerp gesproken. Deze gesprekken geven een mooi inkijkje in de stand van zaken op onderwijslogistiek gebied. Kader bij deze gesprekken is het onderwijslogistiekmodel van de SIG. Op welke terreinen zitten de grootste uitdagingen? Faciliteren de huidige processen en ondersteunende systemen dit voldoende? Waar moet bij voorrang aan gewerkt worden? En willen en kunnen we samenwerken in dit traject?

Twee richtingen

Het is een zoektocht naar de goede antwoorden. Twee op het eerste gezicht tegengestelde bewegingen zijn wel al zichtbaar.  Hopelijk gaat dit ons helpen in die zoektocht naar de stip op de horizon.

Naar meer flexibilisering
Een beweging is richting meer flexibiliteit. Meer keuzemogelijkheden voor de student, soms richting sterk geïndividualiseerde studietrajecten. Dit is vooral zichtbaar bij HBO-instellingen die aan de vooravond staan van de pilots Flexibel Hoger Onderwijs voor volwassenen. Er wordt een beweging gemaakt van aanbodgericht naar meer vraaggestuurd. Onderwijsconcepten worden aangepast of nieuw bedacht, gelukkig nog net niet met de insteek “the sky is the limit”. Meestal is er genoeg realiteitsbesef dat nieuwe concepten niet in een paar maanden tijd ook nog onderwijslogistiek gefaciliteerd kunnen worden.




Naar minder personalisering
De andere beweging is tegengesteld hieraan, richting meer structuur en minder gepersonaliseerd. Deze beweging is zichtbaar bij die onderwijsinstellingen die al vele jaren flexibel en gepersonaliseerd onderwijs aanbieden. Naast efficiencyoverwegingen is het bieden van meer structuur aan studenten een belangrijke overweging hierbij. Het studentrendement wordt in de huidige flexibele en gepersonaliseerde trajecten als te laag beoordeeld. Uit onderzoek blijkt dat het ontbreken van voldoende structuur hier een van de oorzaken is.

Standaardisering en cultuur

Regelmatig is ook te horen dat standaardisering nodig is om flexibilisering en personalisering mogelijk te maken. Hier zie je twee werelden.
De onderwijsondersteunende, facilitaire en ICT wereld  die over het algemeen rechtlijnig en rationeel denkend is. Een noodzaak in dit vak. Anders wordt het een rommeltje. Daarnaast is er de wereld van de onderwijsteams waarin je meer creatieve en empathische mensen vindt. Op heel andere, onderwijskundige, gronden worden daar keuzes gemaakt. Deze werelden met twee verschillende culturen botsen regelmatig.
(Zie ook het blog van Simon Bos, IT en de business ontbreekt een goede dirigent, waarin dit kernachtig wordt beschreven.)

Over grenzen heenkijken

Beide partijen hebben elkaar nodig, maar denken en handelen vanuit een geheel ander perspectief. Het is vaak een uitdaging om deze werelden met elkaar in gesprek te laten gaan en zich in elkaar te laten verplaatsen. Ze te laten denken in ketens over de eigen grenzen heen. Workshops met de puzzel van het onderwijslogistiek model helpen hier enorm bij.





Naar stip op horizon

Het zal zeker nog een hele zoektocht worden naar de onderwijslogistieke stip op de horizon voor flexibel en gepersonaliseerd onderwijs. Misschien ligt deze wel in het midden van de twee werelden van zoeken naar meer vastigheid en structuur en die van meer flexibilisering en personalisering.

De mogelijkheden van nieuwe, ondersteunende systemen zullen hierbij een grote rol spelen. De menselijke factor in dit geheel is echter waarschijnlijk de doorslaggevende factor. Hebben alle betrokken partijen de visie en het lef om gezamenlijk te werken aan het realiseren van die stip op de horizon. Vanuit de SIG Onderwijslogistiek gaan we hier in ieder geval hard aan werken.


Zie ook het verwante blog:
Maak het concreet of droom verder





zaterdag 6 februari 2016

Onderwijslogistiek en de menselijke factor.

Aan het begin van dit jaar maak ik een ronde langs 10 verschillende Hoger Onderwijs-instellingen. Sir Bakx (programmamanager van het SURF-programma Efficiënte Bedrijfsprocessen) en ik (als voorzitter van de SIG Onderwijslogistiek) voeren gesprekken met de belangrijkste onderwijslogistieke stakeholders van deze instellingen. 

Stip op de horizon
Doel is het in kaart brengen van de onderwijslogistieke behoeften de komende 5 jaar. Centraal staat de toenemende flexibilisering en personalisering van het onderwijs. Tijdens deze gesprekken gaat het uiteraard over onderwijs, processen, data en ICT-systemen. Voldoen deze nu en ook nog de volgende 5 jaar? De SIG Onderwijslogistiek en het programma EB zullen samen met het onderwijs hiervoor een stip op de horizon zetten en willen dit vervolgens concreet onderwijslogistieke handen en voeten geven.

Cultuur
Bijna altijd komt bij deze gesprekken de cultuur en het menselijk handelen ter sprake. De meeste gesprekspartners vinden dit minstens net zo belangrijk als de proces- en systeem-kant. Vanuit een geheel andere hoek van de maatschappij werd dit onlangs bevestigd.

De Ongevallenraad voor veiligheid rapporteerde 28 januari j.l. over een dodelijk ongeval bij een brug in Zaandam waarbij een mevrouw om het leven kwam.


Persbericht Ongevallenraad

Wisselwerking techniek en gebruiker
Uit het onderzoek blijkt dat alle losse onderdelen van de brug zoals seinen, slagbomen, belijning en het camerasysteem voldeden aan de gestelde technische eisen. Toch was dit niet voldoende voor een goed functionerend en veilig systeem. 
De Ongevallenraad is van mening dat juist de wisselwerking tussen techniek, de gebruiker en de omgeving bepalend is voor de uiteindelijke veiligheid. Bij het doorvoeren van nieuwe bediensystemen en wijzigingen is het zaak om een integrale veiligheidsaanpak te hanteren, waarbij mens en techniek in onderlinge samenhang worden beschouwd.

Totale onderwijslogistieke plaatje
Deze onderlinge samenhang tussen mens en techniek is van groot belang, ook bij onderwijslogistiek. 
Een goed werkend SIS (Student Informatie Systeem) , inzetplanningstool, roosterprogramma en DLWO (Digitale Leer en Werk Omgeving) is heel mooi en noodzakelijk, maar niet voldoende. Het gaat om het totale onderwijslogistieke plaatje, waarbij je steeds scherp in beeld moet houden waarvoor je het allemaal doet: kwalitatief goed onderwijs waar docenten mee uit de voeten kunnen en studenten mee verder komen.

Menselijke factor
De Onderzoeksraad constateert ook dat er nog weinig onderzoek is gedaan naar de human factor bij de bediening van bruggen. Deze menselijke factor komt ook sterk naar voren bij het rondje van interviews in HO-instellingen. 
Een aspect hiervan is de samenwerking van alle betrokkenen bij de onderwijslogistiek. Van je eigen eilandje afkomen. Interesse, inzicht en begrip krijgen voor die ander in de onderwijslogistieke keten. De puzzel van het onderwijslogistiek model helpt hierbij. Samen met alle ketenpartners de puzzel leggen. Elke keer weer zie ik dan hoe intensieve gesprekken ontstaan over elkaars werk. Als je dan inzicht hebt in elkaars werk, is dat het begin van grip op de keten. Daarna kun je echt werken aan verbeteringen. 




Over grenzen heen werken
Mijn pleidooi is dan ook om deze menselijke factor meer te betrekken bij onderwijslogistieke projecten. Zet de gebruiker nog meer centraal. Kijk meer over de grenzen van de afzonderlijke systemen heen. Techniek helpt. Gestructureerde processen zorgen ervoor dat iedereen weet waar men aan toe is, maar . . . techniek, systemen en processen zijn geen doelen op zich. Het zou anders zomaar helemaal fout kunnen lopen.



Vijf andere berichten uit mijn blog:

Wil je reageren op een van deze berichten? Email mij: gert.idema@inholland.nl of reageer onderaan het blog.